Overslaan en naar de inhoud gaan
Hof Cassatie
#Cassatie #Erfbelasting #Fiscaliteit

Cassatie doorbreekt strikte interpretatie: ook de onjuiste toepassing van de wet geeft recht op ambtshalve ontheffing

20/05/2026 | Leestijd: 4 minuten
Dirk De Groot
Dirk De Groot
Partner
Contact

Het Hof van Cassatie sprak zich op 2 april 2026 uit over de draagwijdte van de ambtshalve ontheffing van overmatige belastingen in de zin van artikel 3.6.0.0.1, eerste lid VCF. Het cassatieberoep tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 18 juni 2024 werd verworpen. Het cassatiearrest verduidelijkt dat een onjuiste toepassing van de fiscale wet wel degelijk aanleiding kan geven tot ambtshalve ontheffing.

De feiten van het geschil

Het betrof een geschil omtrent de belastbare grondslag bij de verdeelbelasting. Aanvankelijk werd, conform administratief standpunt nr. 18075, in bepaalde omstandigheden belasting geheven op de volledige waarde van het onroerend goed. Dit standpunt werd evenwel door een vonnis onwettig bevonden en vervolgens door de administratie aangepast. Bijgevolg vorderde de notaris namens de belastingplichtige de ontheffing van de te veel betaalde belasting.

Standpunt van de Vlaamse Belastingdienst

De Vlaamse Belastingdienst wees dit verzoek af en stelde dat geen ambtshalve ontheffing kon worden verleend.

Volgens de administratie vereist artikel 3.6.0.0.1 VCF een strikte toepassing en kan ambtshalve ontheffing enkel worden verleend in de limitatief opgesomde gevallen, namelijk: materiële vergissingen, dubbele belasting en nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen.

Een wijziging van de administratieve rechtspraak of interpretatie kan volgens de administratie niet worden beschouwd als een ‘nieuw gegeven’. Daarnaast stelde de Vlaamse Belastingdienst dat het begrip “materiële vergissing” beperkend geïnterpreteerd moet worden. Het kan enkel slaan op feitelijke vergissingen, zoals een dwaling omtrent materiële elementen, schrijffouten en rekenfouten, waarbij geen juridische appreciatie betrokken is. Van een rechtsdwaling, een verkeerde toepassing van de wet of van onregelmatig geheven rechten is in deze bepaling geen sprake. Een foutieve toepassing van de wet kon volgens de fiscus dan ook geen aanleiding geven tot een ambtshalve ontheffing op grond van artikel 3.6.0.0.1 VCF.

Hoewel onder het vroegere recht, met name in artikel 208 Wetboek Registratierechten en artikel 134 Wetboek Successierechten, een verkeerde toepassing van de wet wel aanleiding kon geven tot teruggave, stelde de administratie dat deze mogelijkheid niet werd overgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Vervolgens voerde de fiscus aan dat artikel 3.6.0.0.1 VCF strikt geïnterpreteerd moest worden.

Beslissing van het Hof van Beroep

Het Hof van Beroep te Gent volgde deze restrictieve interpretatie van de Vlaamse Belastingdienst niet. Het Hof besloot dat een foutieve toepassing van de wet wel degelijk aanleiding kon geven tot ambtshalve ontheffing en steunde daarbij op de wetsgeschiedenis van de VCF.

Uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van 19 december 2014 (VCF) blijkt immers dat de decreetgever de bestaande teruggavemogelijkheden niet wilde afschaffen. Artikel 208 W.Reg. en artikel 134 W.Succ. voorzagen uitdrukkelijk in een teruggaaf bij een verkeerde toepassing van de wet. Volgens het Hof werd deze mogelijkheid impliciet geïntegreerd in artikel 3.6.0.0.1 VCF. De decreetgever beschouwde deze bepaling als voldoende ruim geformuleerd zodat ze zowel materiële vergissingen als juridische fouten kan opvangen.

Het Hof oordeelde dan ook dat het begrip ‘materiële vergissing’ niet louter feitelijk moet worden opgevat. Ook een foutieve juridische beoordeling door de administratie kan onder het toepassingsgebied vallen. Aldus was er sprake van een onjuiste toepassing van de wet en bijgevolg van een onterecht geheven belasting. Het Hof besloot dat deze situatie onder artikel 3.6.0.0.1 VCF valt en dat ambtshalve ontheffing moest worden verleend.

Bevestiging door het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie bevestigde deze redenering van het Hof van Beroep. Het Hof stelde dat rekening moet worden gehouden met de wetsgeschiedenis van artikel 3.6.0.0.1 VCF. Hieruit blijkt inderdaad dat de decreetgever de bestaande teruggavemogelijkheden niet wilde afschaffen. Artikel 3.6.0.0.1 VCF is volgens het Hof voldoende ruim geformuleerd om ook gevallen van verkeerde toepassing van de wet te omvatten. Een onjuiste toepassing van de wet kan dus wel degelijk aanleiding geven tot ambtshalve ontheffing. Het cassatiemiddel van de Vlaamse Belastingdienst, dat een restrictieve interpretatie verdedigde, berustte volgens het Hof op een onjuiste rechtsopvatting en werd verworpen.

Besluit

Met dit arrest bevestigt het Hof van Cassatie het ruimere toepassingsgebied van de ambtshalve ontheffing binnen de Vlaamse Codex Fiscaliteit. De beslissing versterkt de rechtspositie van belastingplichtigen die geconfronteerd worden met onregelmatig geheven belastingen ten gevolge van een foutieve juridische beoordeling door de fiscus.

Ons hoogste rechtscollege komt tot dit oordeel door rekening te houden met de wetsgeschiedenis. Ook in cassatierechtspraak van eerder dit jaar, met name op 22 januari, bleek de bedoeling van de decreetgever doorslaggevend. In een geschil dat betrekking had op de volgorde van de aanrekening op het passief in de erfbelasting, greep het Hof terug naar de wetsgeschiedenis van de VCF om de bedoeling van de Vlaamse decreetgever te duiden. Daarbij werd bevestigd dat de parlementaire voorbereiding een gezaghebbende bron vormt bij de interpretatie van fiscale wetgeving. Het inzicht dat de Vlaamse decreetgever bij de inkanteling van de erfbelasting en enkele takken van de registratiebelasting in de Vlaamse Codex uitdrukkelijk niet de bedoeling had de inhoud van deze wetgeving te wijzigen, was voor het hoogste Hof van doorslaggevend belang.

Wie hierover meer informatie wenst of denkt zelf in aanmerking te komen voor een ontheffing inzake erf- of schenkbelasting, neemt gerust contact op met een van onze advocaten.

Neem contact op met één van onze advocaten