Overslaan en naar de inhoud gaan
#Moore Law #Estate planning

Inbreng eigen goed in huwgemeenschap, gevolgd door schenking is geen fiscaal misbruik

maandag 24/10/2022

De Gentse rechter heeft de Vlaamse Belastingdienst in twee vonnissen teruggefloten over haar visie en de toepassing van de antimisbruikbepaling bij de inbreng van een onroerend goed in de huwgemeenschap, gevolgd door de schenking van dat onroerend goed.

De Gentse rechter heeft de Vlaamse Belastingdienst in twee vonnissen teruggefloten over haar visie en de toepassing van de antimisbruikbepaling bij de inbreng van een onroerend goed in de huwgemeenschap, gevolgd door de schenking van dat onroerend goed. Een overzicht.

Voorbeeld

Anne heeft van haar ouders een appartement aan de kust geërfd. Dit appartement heeft een waarde van 600.000 EUR. Indien Anne dit appartement aan haar zoon Steven wenst te schenken, bedraagt de schenkbelasting 90.000 EUR.

Anne, die gehuwd is onder het wettelijk stelsel, overweegt daarom eerst dit appartement in te brengen in de huwgemeenschap, waarna zij zelf en haar echtgenoot Pieter de schenking verrichten aan Steven. Iedere ouder schenkt dan een waarde van 300.000 EUR, waarop in totaal 45.000 EUR schenkbelasting zou geheven worden. Door een eenvoudige ingreep wordt de belasting dus gehalveerd.

De visie van Vlabel

De omzendbrief 2015/1 van Vlabel bevat een lijst van handelingen die door de Vlaamse Belastingdienst als fiscaal misbruik beschouwd worden. Op deze lijst vinden we ook de inbreng terug van een goed in het gemeenschappelijk vermogen door één van de echtgenoten, die onmiddellijk of binnen een korte tijdspanne gevolgd wordt door de schenking van dit goed aan de nakomelingen.

Vermoeden van fiscaal misbruik

Vlabel zet deze handeling op haar zwarte lijst omdat deze constructie volgens haar ingaat tegen de progressiviteit van de schenkbelasting en er daardoor sprake is van fiscaal misbruik in de zin van art. 3.17.0.0.2 Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

De belastingplichtige moet volgens Vlabel aantonen dat de keuze voor de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen voorafgaand aan de schenking, verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van hogere schenkbelastingen. Wordt dat bewijs niet geleverd, dan wordt er schenkbelasting geheven alsof er geen sprake was van de inbreng en dus op het volledige goed als geheel.

In de twee gevallen die we hieronder toelichten, berekende Vlabel de schenkbelasting zonder rekening te houden met de gedane inbrengen. Op die manier kon de progressiviteit van de tarieven opnieuw voluit spelen, volgens Vlabel. Maar de rechter gaf de Vlaamse Belastingdienst in beide gevallen ongelijk.

Vonnis 8 juni 2021

Feiten

Een echtgenoot gaat over tot inbreng van vijf onroerende goederen in het gemeenschappelijk vermogen. Deze handeling wordt zeven maanden later gevolgd door een schenking van de blote eigendom van vier van die onroerende goederen door de echtgenoten aan hun beide dochters.

Uitspraak

In het vonnis stelt de rechtbank dat de bepaling art. 3.17.0.0.2 VCF al door het Grondwettelijk Hof getoetst werd aan het fiscaal wettigheidsbeginsel. Volgens het Hof houdt deze antimisbruikbepaling een systeem in van bewijs en tegenbewijs.

  • In de eerste plaats moet Vlabel aantonen dat de belastingplichtige een rechtshandeling of geheel van rechtshandelingen stelt die het doel en de strekking van een specifieke bepaling van de VCF schenden en waarvan de bedoeling is belastingen te ontwijken.
  • Vervolgens is het pas aan de belastingplichtige om eventueel tegenbewijs te leveren en aan te tonen dat de keuze voor de betwiste verrichting andere motieven heeft dan het ontwijken van belastingen.

In dit geval concludeerde de rechtbank dat Vlabel dat bewijs niet leverde. De rechter concludeert daaruit dat de antimisbruikbepaling niet toegepast kan worden.

De rechtbank wijst er bovendien op dat het de niet bedoeling van een antimisbruikbepaling is om bepaalde voordelen te ontzeggen. Het is niet aan Vlabel om vrij te interpreteren wat er wel of niet onder de wet valt.

Vonnis 5 mei 2022

Feiten

Twee echtgenoten wijzigen eerst hun huwelijksvermogensstelsel van gemeenschap van aanwinsten naar het stelsel van algehele gemeenschap. Vervolgens schenken ze op dezelfde dag de blote eigendom van hun gezinswoning aan hun enige dochter.

Uitspraak

In dit vonnis herhaalt de rechtbank dat er voldaan moet zijn aan het systeem van bewijs en tegenbewijs zoals uiteengezet door het Grondwettelijk Hof om de antimisbruikbepaling te kunnen toepassen.

Maar de rechtbank gaat nog een stapje verder. Ze argumenteert dat art. 3.17.0.0.2 VCF een duidelijke wet is, die ook strikt geïnterpreteerd moet worden omwille van de openbare orde van de fiscale wet. Er is pas sprake van fiscaal misbruik als de belastingplichtige zelf de bestreden rechtshandeling stelt of er (on)rechtstreeks aan meewerkt. In casu is de belastingplichtige slechts de begiftigde en wijzigt die het huwelijksstelsel niet.

Omdat de belastingplichtige in deze zaak zo’n rechtshandeling niet gesteld heeft, valt ze niet onder de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling. Er kan geen sprake zijn van fiscaal misbruik omdat niet voldaan is aan één van de constitutieve elementen van art. 3.17.0.0.2 VCF.

Vlabel krijgt twee keer ongelijk

In beide vonnissen kreeg Vlabel ongelijk. De rechter past in beide gevallen het systeem van bewijs en tegenbewijs strikt toe zoals door het Grondwettelijk Hof in haar arrest van 30 oktober 2013 werd uiteengezet. In het vonnis van 5 mei 2022 gaat de rechter zelfs nog een stap verder en kijkt hij naar de antimisbruikbepaling zelf. Door de wet strikt te lezen blijkt dat er niet voldaan is aan het constitutief element van de antimisbruikbepaling.

Hebt u hier nog vragen over of wenst u advies over een concrete situatie. Wij staan voor u klaar.

Neem contact op met één van onze advocaten

Dirk De Groot

Dirk De Groot

Partner

Contacteer