Overslaan en naar de inhoud gaan
#Estate planning

Oude sterfhuis
clausules in huwelijkscontracten voortaan altijd belast in het Vlaamse Gewest

vrijdag 15/10/2021
Oude sterhuisclausules in huwelijkscontracten voortaan altijd belast in het Vlaamse Gewest.

Het Hof van Cassatie deed recent een belangrijke uitspraak over de inwerkingtreding van de gewijzigde (en fiscaal nadelige) Vlaamse wetgeving voor de zogenaamde sterfhuisclausules (Cass. 16 september 2021, F.20.0071.N). Het Hof oordeelde dat ook clausules die voor de gewijzigde wetgeving van 1 juli 2015 werden afgesloten, onderworpen zijn aan de nieuwe fiscale wet, met alle gevolgen van dien.

Toebedeling van de huwgemeenschap aan de langstlevende echtgenoot

Echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel hebben naast hun eigen vermogen, ook een gemeenschappelijk vermogen. Wordt het huwelijk ontbonden, bijvoorbeeld door een overlijden, dan wordt dit gemeenschappelijk vermogen in principe in gelijke helften verdeeld. De nalatenschap van de eerststervende bestaat dus uit diens eigen vermogen, en de helft van het gemeenschappelijk vermogen. De andere helft van het gemeenschappelijk vermogen komt toe aan de langstlevende buiten het erfrecht om.

In de praktijk werd (en wordt) wel eens afgeweken van deze verdeling bij helften, door (bijvoorbeeld) te voorzien dat in geval van ontbinding van het huwelijk bij overlijden, het gehele gemeenschappelijke vermogen toekomt aan de langstlevende. Die langstlevende ontvangt dus meer uit de gemeenschap dan de “eigen” helft en moet op dat surplus erfbelasting betalen door de gelijkstelling van deze clausule met een fictief legaat (artikel 2.7.1.0.4 VCF).

De sterfhuisclausule

Specifiek  voor de zogenaamde sterfhuisclausule is dat men in het huwelijkscontract bepaalde wie het gemeenschappelijk vermogen zou toebedeeld krijgen: die echtgenoot werd met naam aangeduid los van de vraag of hij de langstlevende zou zijn. Dit was bijvoorbeeld het geval in situaties waarbij er een groot leeftijdsverschil was tussen de echtgenoten, of één van de echtgenoten ziek was waardoor zijn/haar levensverwachting daalde. Het gemeenschappelijk vermogen werd dan toebedeeld aan de echtgenoot die naar alle waarschijnlijkheid het langst zou leven.

Dergelijke sterfhuisclausule  had indertijd geen negatieve fiscale gevolgen. Omdat deze clausule niet werd geschreven onder een ‘overlevingsvoorwaarde’, kon dit huwelijksvoordeel technisch gesproken niet belast worden onder artikel  2.7.1.0.4 VCF . De rechtspraak was stevig gevestigd in die zin ; voor de fiscus was dit een doorn in het oog.

De decreetgever grijpt in

De Vlaamse decreetgever is daarom tussengekomen met het decreet van 3 juli 2015, met inwerkingtreding op 1 juli 2015. Voortaan zijn clausules die de huwgemeenschap ongelijk verdelen bij overlijden belastbaar, ook indien er geen verwijzing is naar een overlevingsvoorwaarde.

Maar wat houdt die inwerkingtreding op 1 juli 2015 nu precies in?

Moet men kijken naar de overlijdens die hebben plaatsgevonden vanaf 1 juli 2015? Of dient men eerder te kijken naar de datum van het huwelijkscontract, waarbij de sterfhuisclausule werd ingevoerd?

Hof van beroep Gent: datum huwelijkscontract is bepalend 

Het hof van beroep te Gent beslechtte deze kwestie bij arrest van 24 december 2019 en stelde dat de datum van het huwelijkscontract (waarbij de betreffende rechtshandeling werd gesteld) in aanmerking moet worden genomen. Deze stellingname baseert zich op het vermoeden van goede trouw, het recht op de minst belaste weg, het rechtszekerheidsbeginsel, de bescherming van het eigendomsrecht en de noodzakelijke voorzienbaarheid van de rechtsregels.

Maar Cassatie oordeelt anders

Het Hof van cassatie houdt er evenwel een andere mening op na, en verbreekt het Gentse arrest. Cassatie stelt dat als aanknopingspunt  de datum van het overlijden moet genomen worden.

Dit wil zeggen dat ook de sterfhuisclausules opgenomen in huwelijkscontracten die dateren van voor 1 juli 2015 (maar met een overlijden na voormelde datum) onderworpen zijn aan de fictiebepaling, en dus zullen worden belast in de erfbelasting.

Wake-up call…

Clausules die de huwgemeenschap bij overlijden toebedelen aan een met naam genoemde echtgenoot, die nog zouden opgenomen zijn in huwelijkscontracten afgesloten voor 1 juli 2015, zijn ten gevolge van dit cassatiearrest toch aan herziening toe. Het ongewijzigd laten voortbestaan van dergelijke clausules zal immers leiden tot onaangename fiscale gevolgen op basis van de latere gewijzigde fiscale wetgeving.

Voormeld arrest herinnert er ons nogmaals aan dat een vermogensplanning op regelmatige basis nagekeken dient te worden. Na de recente hervorming van fiscale behandeling van de duolegaten, is dit arrest andermaal een wake-up call voor een check van uw schikkingen en uw planning.

Wenst u hieromtrent meer informatie of wenst u graag een check up van uw planning? Aarzelt u niet ons hierover te contacteren.

Neem contact op met één van onze advocaten

Dirk De Groot

Dirk De Groot

Partner

Contacteer
Laurens Gastmans

Laurens Gastmans

Associate

Contacteer
Peter Meeuwssen

Peter Meeuwssen

Equity Partner

Contacteer
Robby Ackermans

Robby Ackermans

Equity Partner

Contacteer