Overslaan en naar de inhoud gaan
#Tax Law #Commercial Law

Opletten bij een optioneel aanwasbeding

dinsdag 27/04/2021
Beding van aanwas

Via een beding van aanwas kunnen partijen, vaak partners, elkaar beschermen tegen de schenk- en erfbelasting wat betreft een gezamenlijk aangekocht goed of een goed dat ze in onverdeeldheid samen aanhouden. Voorwaarde is dat beide partijen evenveel kans hebben om het aandeel van de andere te bekomen.

Toch is het opletten geblazen, zeker als het gaat om een optioneel beding van aanwas.

Wat is een optioneel beding van aanwas?

Een optioneel beding van aanwas is een overeenkomst waarin partijen die samen een onverdeeld goed hebben, overeenkomen dat bij het overlijden van de ene, de langstlevende de keuze heeft om het onverdeeld aandeel van de overledene naar hem of haar te laten overgaan (aanwassen) en er volledig eigenaar van te worden.

Bij zo’n optioneel geformuleerd aanwasbeding moet er toch enige voorzichtigheid aan de dag gelegd worden, zoals blijkt uit een arrest van het Hof van Beroep te Bergen van 16 januari 2019.

Overeenkomst ten bezwarende titel of wederzijdse schenking?

De feiten

Een echtpaar sluit een optioneel beding van aanwas af voor vijf bankrekeningen die zij elk voor de helft in onverdeeldheid aanhouden. Ze komen overeen dat hun respectievelijk onverdeeld aandeel in dat welbepaald goed overgedragen wordt aan de andere op voorwaarde dat die laatste het langst leeft. Bij overlijden van één van beide zal het onverdeeld aandeel van de eerststervende ‘aanwassen’ bij het onverdeeld aandeel van de langstlevende, waardoor die laatste eigenaar wordt van het volledige goed.

Standpunt fiscus: wederzijdse schenking

Na het overlijden van haar man besluit de vrouw om de aanwas (het geld op de bankrekeningen) uit te oefenen. De Waalse fiscus is echter van mening dat het optioneel beding van aanwas eigenlijk een wederzijdse schenking tussen de echtgenoten is, en heeft een schenkbelasting van 3,3% geheven, dat is het tarief voor een roerende scheking tussen echtgenoten in het Waals Gewest.

De aangestelde notaris dient een verzoek tot teruggave van deze betaalde schenkingsrechten in, maar dat wordt afgewezen. De vrouw stapt vervolgens naar de rechtbank.

Eerste aanleg: overeenkomst ten bezwarende titel

In eerste aanleg oordeelt de rechtbank dat het aanwascontract tussen de echtgenoten slechts als een wederzijdse schenking kan kwalificeren als de belastingadministratie aantoont dat het beding van aanwas geen overeenkomst ten bezwarende titel uitmaakt.

De Waalse fiscus moet bewijzen dat op het moment van het sluiten van het beding, de kansen op winst of verlies (volledig eigenaar worden van het goed) ongelijk waren en dat er een verarming zonder tegenprestatie bestaat in hoofde van één van de echtgenoten. En de belastingsadministratie moet daarnaast aantonen dat de aanvaarding van dit al dan niet bestaande onevenwicht met een begiftigingsoogmerk of animus donandi gebeurde.

Dat bewijs acht de rechtbank echter niet geleverd en ze beschouwd het aanwasbeding als een overeenkomst ten bezwarende titel.

Het echtpaar had immers een gelijke levensverwachting op het moment van de contractsluiting. Ze hadden allebei een even grote kans op overleven gelet op de familiale antecedenten, hun huidige gezondheidstoestand en levenswijze. Bovendien deden ze allebei een gelijke inleg op het moment van het sluiten van het contract: ze waren allebei eigenaar van 50% van de verschillende bankrekeningen.

Hoger beroep: werderzijdse schenking

Het Hof van Beroep in Bergen verbreekt het vonnis en beschouwt het aanwascontract tussen echtgenoten niet als een overeenkomst ten bezwarende titel, maar net zoals de fiscus wel als een wederzijdse schenking. Het hof argumenteert die beslissing als volgt:

Door het optionele karakter van het aanwasbeding bestaat er onzekerheid op het moment van het sluiten van het contract of er een verarming zonder tegenprestatie in hoofde van één van de echtgenoten zal plaatsvinden. De langstlevende heeft bij het overlijden van de andere immers de keuze om het aanwasbeding al dan niet uit te oefenen en al dan niet winst te genieten. Dat optionele karakter neemt volgens het hof bezwarend karakter weg. Bovendien meent het hof dat aanwascontracten tussen echtgenoten meestal voortspruiten uit een begiftigingsoogmerk of animus donandi.

Streng, maar ook rechtvaardig?

De Vlaamse Belastingadministratie heeft in voorafgaande beslissingen nooit eerder kwaad gezien in optioneel geformuleerde bedingen van aanwas. Maar in deze zaak houdt de federale belastingadministratie er een andere mening op na. En die visie wordt gevolgd door het Hof van Beroep in Bergen. Een strenge houding die alleszins voor discussie vatbaar is.

Wenst u meer informatie over het (optioneel) beding van aanwas, aarzel dan niet om contact op te nemen met onze adviseurs. Zij bekijken uw persoonlijke situatie begeleiden u met plezier.

Neem contact op met één van onze advocaten

Dirk De Groot

Dirk De Groot

Partner

Contacteer